Over de macht van het verstand of de menselijke vrijheid

Dit is de titel van het vijfde deel van Spinoza’s Ethica. Denken is een uniek instrument van de mens om zijn/haar leven te leiden. Maar datzelfde vermogen doet ons soms ook lijden. Gedachten komen en gaan maar houden nooit op. De grootste plaaggeest die ons vrije leven belemmert is onze inadequate gedachtestroom. Spinoza beschrijft in hoofdstuk V van zijn Ethica methoden die ervoor kunnen zorgen dat we onze gedachten leiden. De bekende RET-methode is daarop gebaseerd. Maar hij is realistisch want eindigt zijn Ethica met: “Maar àl het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam”.

De Ethica van Spinoza is voor mij een buitengewoon verhelderend boek. Zijn naturalistische visie spreekt mij bijzonder aan. En hoe meer ik van zijn filosofie begrijp hoe meer ik van het leven begrijp. Hij filosofeert over een aantal belangrijke thema’s maar het meest uitgebreid en uitgesproken is hij over de affecten of aandoeningen die ons in onze vrijheid belemmeren. Met zijn drie kennissoorten weet hij orde te brengen in onze soms chaotische gedachtestromen.

  1. Wij ‘kennen’ door waarneming met onze zintuigen. Die waarneming interpreteren wij in eerste instantie aan de hand van onze opgeslagen ervaringen/herinneringen. We vormen zodoende een mening maar het is inadequate kennis. Als wij onze handelingen hierop baseren volgt er vaak lijden in de vorm van angst, de verkeerde dingen doen of op onze donder krijgen.
  2. Als wij onze mening of oordeel over het waargenomene nog even uitstellen en ons verstand gebruiken om te analyseren wat we nu eigenlijk hebben waargenomen zijn we bezig met onze tweede kennissoort, namelijk de rede. We halen vooringenomenheid weg, onderzoeken en trekken een conclusie. Dan is er sprake van adequate kennis. Met die adequate kennis kunnen we adequaat handelen of niet handelen, wat ook heel adequaat kan zijn.
  3. Met de derde kennissoort, intuïtief weten, doorzien wij het wezenlijke van ons bestaan, de natuur of de gebeurtenissen. De dingen gaan zoals ze gaan want als het anders had moeten gaan was het anders gegaan. Alles is volmaakt zo als het is omdat het gaat volgens een zekere noodzakelijkheid. Deze kennissoort is moeilijk te begrijpen en wordt esoterisch misbruikt. Deze kennissoort is gebaseerd op het determinisme en is een naturalistische visie op ons bestaan.

De tweede en derde kennissoort kunnen soelaas bieden bij onze verwarrende en inadequate gedachten die ons belemmeren om vrij te leven. Maar hoe? Als wij geëmotioneerd raken door een voorval koppelen wij dat voorval aan een herinnering of ervaring. Die ervaring hoeft nog niet eens je eigen ervaring te zijn maar kan bijvoorbeeld een artikel in de krant zijn of een uitspraak van een bekend persoon. Denk bijvoorbeeld aan de vluchtelingen die door bepaalde personen met een onderliggend doel worden gestigmatiseerd. Je bent nog nooit een vluchteling tegengekomen maar bent bijvoorbaat al bang. Het kan ook een pijntje zijn in ons lichaam waarbij we ons allerlei enge ziektes inbeelden. We leggen zodoende verbanden die er wellicht helemaal niet zijn. We worden angstig, boos of verdrietig. Onze conclusies zijn: “Zie je wel, nou doet zij het weer”, “Hij zal het wel weer niet met mij eens zijn”, “Ik heb altijd pech”, “Ik zal wel kanker hebben”. Het helpt niet om te zeggen dat je waarneming niet juist was: je hebt toch gezien dat zij boos werd, je hebt toch gelezen dat ze niet te vertrouwen zijn, dat pijntje voel je toch. Dit is lijden.

Als je wilt ‘leiden’ moet je naar de tweede kennissoort overschakelen: de rede. Als eerste moeten wij ons realiseren dat het voorval een inadequate voorstelling is. We weten nog niet waarom die ander dat tegen ons zei, waarom zij zo boos werd en zelfs niet wat die opgetrokken wenkbrauw betekende of waarop de schrijver van het artikel zijn mening baseert of welk doel hij beoogt. Je zult dus kennis moeten verzamelen over het voorval. Je zult de logica kunnen onderzoeken: is er een logisch verband tussen het een en het ander, zit er een oorzaak en gevolg in. Je kunt ook kennis verzamelen over je eigen reactie: ‘waarom reageer ik zo heftig op die persoon, waarom ben ik zo bang een enge ziekte te krijgen’. Je kunt ook de reactie van die ander onderzoeken: ‘waarom reageert hij zo heftig, was het wel tegen mij of heeft het te maken met zijn onvermogen in deze huidige moeilijke tijd’. Zelfs als je erachter komt dat die uitval tegen je terecht was, krijgt je inadequate voorstelling een adequate wending. Op basis van deze kennis kun je adequaat handelen. Het lijkt of deze fase een lange studie vereist maar het kan met één korte vraag gebeuren. Alleen al de simpele vraag ‘waarom’ kan remmend werken op je eerste primaire reactie. De uitspraak ‘even tot 3 tellen’ is hierop gebaseerd.
Dit is allemaal rede, verstand, geest, maar hoe zit het met het ‘gevoel’. Vele mensen zeggen dat ze op gevoel leven, sturen, oordelen. Je zou dat gevoel kunnen vergelijken met de derde kennissoort van Spinoza: het intuïtief weten of het doorzien van het wezenlijke van iets. Spinoza geeft hier een naturalistische draai aan. Vanuit zijn deterministische visie heeft alles een oorzaak, zelfs een noodzaak. Vooral de noodzakelijkheid van dingen in het leven vertegenwoordigt het intuïtief weten. Het gaat dan om het begrijpen dat de dingen gaan zoals ze gaan vanuit een noodzakelijkheid, dat je er geen invloed op hebt: levende materie gaat dood, een bacterie doet zijn best om in leven te blijven, soms ten koste van andere levende dingen. En al die afzonderlijke vaststaande gebeurtenissen vormen een onlosmakelijk geheel. Noem het Natuur(kracht) of Universum. Dat geheel of universum is een aaneenschakeling van gebeurtenissen volgens bepaalde (natuur)wetten die al miljoenen jaren zo werken en ook miljoenen jaren zullen blijven werken. In die zin is het eeuwig en onveranderbaar. Aan de natuurwetten doen wij niets, we volgen die wetten, vaak onbewust.

Alles wat wij met de derde kennissoort begrijpen brengt ons ‘zielsrust’. We kunnen met dit begrip het geheel, de natuur, liefhebben maar de grootste fout is om achterover te leunen en te veronderstellen dat alles toch al bepaald is. De kans bestaat ook dat dit soort, voor de meeste mensen, vage begrippen worden misbruikt door charlatans die hier esoterisch spirituele denkbeelden op baseren en uitventen. Basis is een natuurkracht die zich volgens natuurwetten manifesteert en waarvan wij het gevolg zijn. Noodzakelijkheid op basis van materie dus en geen spiritualiteit.

Het lijkt wat abstract maar het begrijpen van ‘de natuur van dingen’ en hun ‘plaats in het geheel’ kan rust brengen in ons onderzoekende onrustige leven. In stelling 25 van het vijfde deel van de Ethica omschrijft Spinoza het als volgt: “Het hoogste streven en de hoogste deugd van de Geest is de dingen te begrijpen met de derde soort van kennis”. En dat is de adequate kennis van het wezen van de dingen.

Adequate voorstellingen, dus op basis van kennis of intuïtie (weten), leiden tot adequate handelingen. Die houding is actief en leidend. Deze macht van/over het verstand zorgt ervoor dat je vrijheid hebt, in gedachten en in handelen.

11 gedachten over “Over de macht van het verstand of de menselijke vrijheid

  1. Ed

    Beste,
    “Als wij onze mening of oordeel over het waargenomene nog even uitstellen en ons verstand gebruiken om te analyseren wat we nu eigenlijk hebben waargenomen zijn we bezig met onze tweede kennissoort, namelijk de rede. We halen vooringenomenheid weg, onderzoeken en trekken een conclusie. Dan is er sprake van adequate kennis.”

    Wat is het verschil van analyseren door een universitair geschoold ‘racist’ die met redelijke argumenten met statistieken en cijfers uitlegt waarom ‘Nederland vol is’, en ‘adequate kennis’?

    Reageren
    1. Steef Bericht auteur

      Hallo Ed,

      Met de rede zoeken we naar aansluiting, naar oorzaken, naar wetmatigheden. We kijken achter de gebeurtenis, het ding, de uitspraak enzovoorts. We proberen het te plaatsen, het wezen van iets te kennen. We gaan stap voor stap tot een conclusie komen. We gaan het begrijpen. De vraag is of dit ook van toepassing is met statistieken, cijfers zijn immers manipuleerbaar. Met de kennissoort ‘rede’ gaan we met elkaar in discussie (niet met de kennissoort ‘verbeelding’ alhoewel dat vaak gebeurt). Dan is het zo dat wat voor de een adequate kennis is door de ander met nog adequatere kennis bestreden kan worden. Maar het kan ook zijn dat adequate kennis als onwelgevallig wordt ervaren. Dan zal men die ‘harde cijfers’ niet kunnen bestrijden en dan gaat de inadequate verbeelding vaak weer een rol spelen.
      Met de derde kennissoort ‘intuïtie/inzicht’ kunnen we inzien dat mensen er belang bij kunnen hebben om te manipuleren.

      Groet,

      Reageren
  2. ed

    Beste,
    “Dan is het zo dat wat voor de een adequate kennis is door de ander met nog adequatere kennis bestreden kan worden.”
    Dan is adequaat nooit scherp afgebakend? Een idee kan ‘half adequaat zijn’ want een ander idee kan – beter, scherper, duidelijker… en dus meer adequaat zijn. Vreemd.
    Een Spinozist kan dus lange tijd menen te denken en handelen vanuit een adequate idee en jaren later zien dat hij of zij ernaast zat. Zit het ware niet in de constructie van de adequate idee zelf?

    Reageren
    1. Steef Bericht auteur

      Beste Ed,
      Nee adequaat is niet scherp afgebakend, het is geen waarheid, het is geen wiskunde.
      Adequaat is wat voor jou op dat moment het beste is. Dat maak je dagelijks mee: van kiezen welk eten je koopt, wel of niet reageren op een verzoek tot het ten huwelijk vragen van je geliefde. Daarom moet de ‘rede’ steeds actief blijven en nieuwe inzichten, gevoelens en ervaringen opnieuw beschouwen. Dagelijkse kost dus.

      Reageren
  3. ed

    Een laatste vraag.
    Als “Adequaat is wat voor jou op dat moment het beste is” een beetje alles is wat Spinoza kan brengen, waarom zou ik dan de ‘Verhandeling ter verbetering van het verstand’ of zijn Ethica lezen? Als de adequate idee soms wel, soms niet, soms maar half beter is dan het imaginaire weten? De door droefheid gedragen conatus zie ik dan ook wel als blijheid daar ik toch niet beter weet. Ik begrijp dat hoofdstuk drie en vier in de Ethica je leert inzien hoe aandoeningen je raken. Maar als hoofdstuk vijf – de macht van het verstand – niet meer brengt dan het appel ‘iets nog eens te overdenken’, dan lijkt me dat toch mager. Niet?

    Reageren
    1. Steef Bericht auteur

      Dat is wel erg kort door de bocht, Ed. Juist hoofdstuk 5 heeft veel betekenis ‘om de geest te bevrijden”. Het gaat over onze inadequate verbeelding en hoe er mee om te gaan. Dat gaat verder dan de adequate gedachte. De succesvolle Rationeel Emotieve Therapie (RET) van Albert Ellis is hierop gebaseerd, maar dat terzijde.

      Toch nog even over het ‘adequate’. Ik snap niet dat jij de werking van de drie kennissoorten en met name de adequate handeling uit de rede niet voldoende vindt. Los van deze kennissoorten handelen wij toch allemaal op bevindingen die we, tot we handelen, verzameld hebben. En we weten toch dat het desondanks fout kan gaan? Spinoza pleit voor de ‘rede’ juist omdat veel mensen handelen vanuit een inadequate verbeelding. Lees mijn blog over de ‘Kennissoorten van Spinoza’ maar eens.
      Het lezen van de Ethica is, als je geïnteresseerd bent in filosofie, een aanrader. Om Spinoza te begrijpen kun je ook, als introductie, het boek van Miriam van Reijen lezen ‘Spinoza. De geest is gewillig maar het vlees is sterk”.

      Succes en groet,

      Reageren
  4. ed

    “Ik snap niet dat jij de werking van de drie kennissoorten en met name de adequate handeling uit de rede niet voldoende vindt.”

    Omdat er blijkbaar geen maatstaf is om die adequate rede te meten. Mijn eerste beginvraag was juist waarin de rede of de adequaatheid van de ‘racist’ verschilt van de ‘niet racist’? Beiden kunnen ze hun rede(nen) geven en staven met onderbouwing. Hoe beslis je concreet welke de adequate is.
    Ik weet het, ik gebruik hier de termen ‘racist’ en ‘niet-racist’ gemakshalve zo generaliserend dat het universalia worden en die bestaan niet voor Spinoza. Of alleen als denkdingen, als hulpmiddelen om ons te oriënteren in de wereld en met elkaar te communiceren. Spinoza kent als nominalist alleen bestaan toe aan bijzondere dingen: modi. Misschien zit hierin reeds mijn inadequate vraagstelling?
    Ik vraag het je omdat er Spinozisten zijn die vanuit Spinoza zeggen dat vreemdelingen niet welkom zijn en dat we de grenzen moeten sluiten.

    Jij waardeert van Buurens uitspraak: “Spinoza’s ethiek is een natuurlijke ethiek, een ethiek zonder metafysica.” Mijn vraag is dan, hoe wordt een deontologie een ontologie? Of andersom, hoe wordt ontologie een deontologie?

    Reageren
    1. Steef Bericht auteur

      “Omdat er blijkbaar geen maatstaf is om die adequate rede te meten.”
      Hier zit bij jou een overtuiging merk ik. Jij wilt een adequate gedachte kunnen meten. In mijn vorige reacties heb ik mijn mening hierover aangegeven.

      “Ik vraag het je omdat er Spinozisten zijn die vanuit Spinoza zeggen dat vreemdelingen niet welkom zijn en dat we de grenzen moeten sluiten.”
      Dit is mij niet bekend. Ik zou graag willen weten op welke gedachte(n) deze Spinozisten deze uitspraak baseren. Ikzelf kan niets bedenken.

      “Jij waardeert van Buurens uitspraak: “Spinoza’s ethiek is een natuurlijke ethiek, een ethiek zonder metafysica.” Mijn vraag is dan, hoe wordt een deontologie een ontologie? Of andersom, hoe wordt ontologie een deontologie?”

      Deze vraag begrijp ik niet: plichtenleer die zijnsleer wordt of andersom?

      Ik merk in jouw reacties dat je de filosofie van Spinoza kent. Hoe sta je tegenover zijn filosofie?

      Groet,

      Reageren
  5. ed

    Spinoza’s teksten zijn me niet vreemd. Buiten het Theologisch politiek traktaat heb ik bijna alles van hem meermaals gelezen. Vorig jaar hebben we in Barchem tijdens de Spinozaweek nog grondig zijn Ethica doorgenomen. Liefst lees ik Spinoza in oude vertalingen van bijvoorbeeld J.C. Logemann en van Suchtelen omdat het Oud Nederlands me verplicht langzaam te lezen. Ik vind die taal ook rijker dan de moderne vertalingen van bvb Vermeulen. Gilles Deleuze en Robert Misrahi zijn mijn gidsen, vooral Deleuze & Spinoza heb ik gelezen. Verder heb ik veel wat in het Nederlands over hem geschreven is wel in huis: van Reijen, De Dijn, Beeckman, Haagendoorn …
    Okee, na dit wat opschepperig vertoon terug naar mijn vragen.

    Ik ervaar dat gesprekken met andere ‘spinozisten’ weinig problemen geeft omdat we dan netjes in ‘vaktermen’ elkaar begrijpen. Of we denken dat toch te doen! Maar als het in de sportclub of de kroeg als eens filosofisch wordt, vind ik het moeilijk het gesprek richting Spinoza te sturen zonder evenwel zijn naam te vernoemen. Ik moet dan niet afkomen met het formele en objectieve onderscheid in de constructie van de ‘idee van de idee’ uit de ‘Verhandeling ter verbetering van het verstand’. Ik kan dan wel wijzen op de algemeenheid van de doxa en de aandacht verschuiven naar de ideologische onderbouwing van begrippen en ideeën. Maar uitleggen wat dan adequaat is zonder dat woord te gebruiken lukt me niet. Soms antwoordt men dan, ‘is het dat maar, dat het blijkbaar is wat ieder voor zich goed vindt.’

    En daarom dacht ik, laat me eens kijken hoe jij op dit blog zou antwoorden.
    “We halen vooringenomenheid weg, onderzoeken en trekken een conclusie.” vind ik te mager. Dat zal die racist uit mijn voorbeeld ook van zichzelf zeggen.

    Adequaatheid is verbonden met de conatus en stuurt je handelen vanuit jezelf, niet vanuit de wisselvalligheden van wat aanwaait. En de blijheid die dit teweegbrengt geeft je kracht, samen met de verbondenheid in een ‘common notion’ met de multitude. “Ja ja,” zegt de racist, “dat voel ik ook.” En als hij Spinoza gelezen heeft zegt hij gedetermineerd te zijn en niet anders kan! Dat hij bestemd is om niet tot het tweede denken te komen. “Weet je, oorzaak en gevolg” zal hij er fijntjes aan toevoegen. (Ik maak er een karikatuur van, dat weet ik.)

    Maar dit bracht me tot jouw blog. Zelf zal ik Spinoza blijven lezen, om te antwoorden op je laatste vraag.

    Reageren
    1. Steef Bericht auteur

      Hallo Ed,

      Dank voor je uitgebreide toelichting. Het is inderdaad lastig om Spinoza ‘onder de aandacht te brengen’. Maar ook onder Spinozisten, vind ik. Soms hoor of lees ik over Spinoza en denk dan: klopt dit, heb ik dit ook zo gelezen? Zijn filosofie is interpreteerbaar, dat blijkt wel uit het boek van Maarten van Buuren die er een Stoa-sausje over giet. Stan Verdult maakt er in zijn blog (http://spinoza.blogse.nl/) dan ook brandhout van. Spinoza spreekt mij aan en zijn basisgedachte, de conatus, geeft mij een goed gevoel. Toch wil ik vrij zijn te denken en lees ook andere filosofen. Schopenhauer spreekt mij ook erg aan. Ik denk dat de overeenkomst het naturalisme is.

      Veel plezier met het filosoferen.

      groet,

      Reageren
      1. ed

        Nog een berichtje om te eindigen. Het onderscheid tussen een ware en valse voorstelling legt Spinoza netjes uit in E2, 43. Veel leesplezier.

        Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>