Onze wereld volgens Schopenhauer

Het beroemde en imposante 1270 pagina’s tellende werk van Schopenhauer ‘De wereld als wil en voorstelling’ heb ik doorgeworsteld. Nou ja, doorgeworsteld, het was best goed te lezen. Hij is wel een geweldige ouwehoer en had het wellicht ook in 500 pagina’s kunnen vertellen. Ik lees het dan ook als een college met veel uitweidingen en herhalingen. Wat is de wereld en hoe zien en ervaren wij die?

Na het lezen van het werk van Spinoza had ik een goede kijk op de wereld en mijn aanwezigheid daarin. Zijn conatus sprak mij erg aan: “elk ding tracht, voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden = drijfveer. Deze drift tot zelfbehoud is de manifestatie van de eeuwige natuur, het wezen van alles wat is, van alle individuen”. Deze gedachte verklaart veel over het gedrag van mens en dier en dus ook van mijzelf. En zijn stelling (Ethica I, stelling 36) vult dit aan met: “… dat alle mensen in onwetendheid omtrent de oorzaak van de dingen worden geboren en dat allen neiging hebben hun eigen voordeel te zoeken en zich daarvan bewust zijn”. Het zijn naturalistische uitgangspunten en stellen de natuur centraal in plaats van een antropomorfe god.

Schopenhauer gaat ook uit van een naturalistische kijk op de wereld. Zijn ‘conatus’ omschrijft hij als volgt (boek 4 par. 60): “Het grondthema van alle verschillende wilsuitingen is de bevrediging van de behoeften die onlosmakelijk verbonden zijn met een gezond lichaam; zij komen in dat lichaam tot uitdrukking, en ze kunnen worden herleid tot instandhouding van het individu en de voortplanting van de soort”. Voor hem is onze wil vooral ‘de wil tot leven’.

De wereld als voorstelling

Schopenhauer zegt dat de objectieve wereld alleen kan bestaan (bestaat) doordat wij als subject deze wereld met onze zintuigen waarnemen. Realiseer je dat je “geen zon kent en geen aarde, maar alleen maar een oog die een zon ziet, een hand die de aarde voelt; dat de wereld om je heen er alleen is als voorstelling, dat wil zeggen uitsluitend en alleen in relatie tot iets anders, namelijk iets dat voorstelt – en dat ben jij zelf”. Dus geen object zonder subject. Wat wij aanschouwen vormen wij door ons verstand tot begrippen en naarmate wij ouder worden en meer hebben kunnen aanschouwen kunnen wij meer begrippen vormen maar ook de consequenties en oorzaken van de begrippen. Een hond kan gevaarlijk zijn maar een poes kun je gemakkelijk aaien. Dat het bij dieren ook zo werkt blijkt uit het feit dat een vogel weet welke andere vogel (sperwer, buizerd) gevaarlijk is maar ook de ooievaars op de lantaarnpalen boven de snelweg weten dat die voorbijrazende auto’s geen gevaar voor hen betekenen. Er is dus altijd een subjectieve kant aan onze waarnemingen. Ons verstand bepaalt in feite de interpretatie van wat we zien en, omdat we allemaal met een ander verstand zijn uitgerust (scherpte, snelheid, handigheid bij het toepassen van de wet van de causaliteit), kunnen er veel interpretatieverschillen bestaan over de ‘waarheid’: schijn of begoocheling. Met deze aanschouwelijke kennis is goed te (over)leven, ook als mens.

De rede (een unieke menselijke eigenschap) dient in de filosofie van Schopenhauer om, wat door het verstand op onmiddellijke wijze begrepen is, op te nemen, vast te leggen, te ordenen, te beoordelen en geschikt te maken voor het reflexieve bewustzijn. Op deze wijze ondersteunt het verstand en de rede elkaar wederzijds. Maar niet iedereen heeft hetzelfde oordeelsvermogen zodat dwaling over de feiten kan ontstaan. Het verstand is aanschouwelijke kennis en de rede abstracte kennis. In die zin gaat aanschouwelijke kennis altijd vooraf aan abstracte kennis (behalve bij de zuivere logica). Zonder aanschouwing geen kennis. Soms moet je handelen vanuit aanschouwelijke kennis (populair gezegd vanuit je gevoel) en werkt reflectie vanuit de rede belemmerend in het handelen, denk aan autorijden. Met abstracte kennis, de rede, kun je ook vooruit plannen en kennis overdragen en je dus ook zorgen maken over zaken in de toekomst die wellicht nooit plaats zullen vinden.

Deze kijk op je omgeving (de wereld) maakt bescheiden en verklaart de verschillen tussen mensen en hun meningen en overtuigingen. Maar hoe zit het nu met het waarnemen van ons lichaam want dan zijn subject en object een en dezelfde. Ons lichaam is net als alle andere objecten ontstaan, heeft een oorzaak. Daarover gaat het volgende boek van Schopenhauer.

De wereld als wil

Hoe kunnen wij wat wij waarnemen duiden? Wat is het innerlijke wezen (oorzaak, het waarom) van de verschijnselen die wij waarnemen en hoe ontstaat het? Schopenhauer noemt het innerlijke wezen ‘natuurkracht’ en de onveranderlijke regelmaat waarmee een dergelijke kracht zich uit, telkens wanneer de haar bekende voorwaarden daarvoor aanwezig zijn, ‘natuurwet’. Geen god of intelligent design maar een kracht die volgens wetten werkt. En alle verschijningsvormen werken volgens de door Schopenhauer ontwikkelde Wet van de Toereikende Grond, die erop neerkomt dat voor alles wat in de wereld het geval is een oorzaak (reden) is waardoor of waarom dat het geval is of bestaat.

De natuurkracht kunnen wij als mens nooit kennen, en de natuurwet is het enige wat wij kunnen kennen. Wat wij dus waarnemen is de uitkomst van een natuurwet. De wetenschap bestudeert deze natuurwet en komt tot steeds meer ontdekkingen. We baseren onze uitvindingen ook op deze natuurwet zoals vliegen en zelfs internet. We gebruiken de natuurkracht en natuurwet om het ons gemakkelijker te maken.

De natuurkracht (oerkracht) noemt Schopenhauer wil die via de natuurwet vorm krijgt. Zo is de mens ontstaan door allerlei processen van krachten, atomen, moleculen, binnen ‘onveranderlijke regelmaat volgens de haar bekende voorwaarden’. Maar ook alle andere objecten en verschijningen zijn op deze wijze ontstaan. Deze wereldwil is volgens Schopenhauer gerelateerd aan eeuwige onveranderlijke ideeën (naar Plato). Hier verlies ik Schopenhauer omdat de evolutie, naar mijn mening, geen ‘wereldwil’ is en niet naar ideeën toe werkt maar aanpassingen doet op basis van veranderingen. Er zijn dus geen vaste ideeën. Maar misschien begrijp ik dit onderdeel niet.

Omdat wij subject zijn van ons eigen object, namelijk ons lichaam kunnen wij die wil in ons waarnemen. En die uiting van onze wil komt tot uitdrukking in onze motivatie of innerlijke drijfveer. De activiteiten van ons lichaam is dus niets anders dan de geobjectiveerde in aanschouwing getreden uiting van wil.

Mijn conclusie

De wereld kunnen we zien en ervaren als wil en voorstelling.

De voorstelling is de waarneming van de wereld via zintuigen die door verstand kan worden begrepen. Hoe scherper of sneller het verstand hoe beter en handiger gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden. De rede, een unieke eigenschap van de mens, stelt ons in staat om alle begrippen te ordenen, over te dragen en toekomstige plannen (en zorgen) te maken.

De wil is de oerkracht achter de wereld die zich in alles manifesteert. Deze manifestatie van de wil kunnen wij als subject ervaren en waarnemen via ons lichaam (object). Bij dieren en mensen zorgt de motivatie/drijfveer en bij planten de prikkel tot objectivatie van de wil. Het moge ook duidelijk zijn dat de ‘levensstrijd’ ervoor zorgt dat, om het bestaan te bestendigen, de ene soort ervoor kan zorgen dat het bestaan van de andere soort opgeheven wordt. Maar ook bij de soorten onderling kunnen deze vormen van strijd om het bestaan ontstaan.

In zijn boek werkt Schopenhauer deze basisfilosofie uit op de verschillende onderwerpen, zoals de kunst, esthetica en dichtkunst, de metafysische behoefte van de mens tot zelfs ‘de metafysica van de geslachtelijke liefde’.

Schopenhauer wordt gezien als een pessimist. Zo ervaar ik het niet maar kennelijk wil de mens graag de romantiek en maakbaarheid van het leven zien en daarom vinden ze Schopenhauer’s filosofie somber.

Een gedachte over “Onze wereld volgens Schopenhauer

  1. john van burk

    De luiaard in mij zegt: “Met zo’n gedegen samenvatting van het werk van Schopenhauer kun je je lekker de moeite besparen om S. zelf te gaan lezen”. De kritische actieveling in mij zegt: “Ga nu als de donder ook eens Schopenhauer in het origineel of in een goede vertaling lezen en neem geen genoegen met de samenvatting van een ander (hoe goed deze ook is). Bovendien kun je alleen – na lezing van het werk van S. zelf – een reactie geven aan Steef betreffende zijn enige twijfelpunt rond ‘wereldwil’.”
    T.z.t. zal blijken wie de tweestrijd in mij gaat winnen of dat ik weer een soort gulden middenweg tussen deze uitersten zal bewandelen.

    Met wijsgerige groet (klinkt toch wel beter dan het reli-achtige Wees gegroet)

    John van Burk

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>